|
[MP3]
De Stad
Ik bestudeer de putten van de stad
gaten van het eeuwig dilemma
het stratenmakers syndroom
een stamgast gaat altijd een paar maal weg
een stadsgenoot komt altijd terug
op de plek van zijn geboortegrond
verwoven tot betekenisvolle klinkers
de aandacht trekkende afgeronde rechthoeken
altijd herhalend, dezelfde stek
onderwerp van gedachte
de torens van de stad
voorzetsel, trapgevels, klokgevels
rechthoekige donkere doorstromende wijken
vooruitziende tuinsteden
gecamoufleerd met minderheden
nieuw geborenen, vers ge-emancipeerde
kleurige tegenstellingen
verworvenheden van een hoofdstad
onder de keizerskroon geboren
maar altijd verloren
in de stegen, tussen de tocht
van melkwitte benen voorzien
met uitzicht op de naderende randstad
hooggeprezen, de toeristen rezen op
uit de siertegels van de trambaan
vrij tussen twee richels
goten van plastic vuil verworven
idealen van plastic
bekrompen in produktie
vrienden van de vuilnisbakken
eeuwig alleen in de stad
de ontwikkeling stroomt langs de mensen
schuilend onder hun paraplu's
parkeerplaatsen van de voetgangers
zonneschermen
de schaduwen van de reclame
vastgeplakt aan haar representie
zelfs de monumenten zijn geen stad
het zijn momenten van verlegenheid
van de schaamte van de stad
met meermans politieke platvoeten
van de een op de tien gemiddelde
modale bozebuurmankop
in een stadsonterend doorzonrijtjeshuis
renovatie van misplaatste genen
fletse viooltjes in 't klassiek voorperkje
hetzij hilversum drie geraniums
in stadsopvrolijkende balkonbakken
van een grijsgebakken betonmonster
ook daar is de geurende stad
met smaakvolle stedelijkheid beklad
rechts doemt op in de buitenwijken
doolhoven van de randen van de stad
platgetreden grasveldjes trotserend
omzoomd door voetbalwerende prikkelversperringen
tolerant kaalgetrapte trapveldjes
hondedrollenreservaten
links klopt zich op de borst
schouder aan schouder in authentieke buurtbastions
hoofdstedelijke deelraadskiemen
afdruipend het geluk van voor de bezuinigingen
bij ome Jaap gezellig roggelend
tante Miep en tante Bet oudhollands kijvend
zo authentiek, zo authentiek
"Geef mijn maar Amsterdam...."
terwijl het grut elkaars hoofden inslaat
stijl, gedekt of kroeskop
(waar is kort amerikaans?)
en een enkele medelander zich getapt voltapt
dertig links tot veertig gewezen anarchist
vijftig socialist en verder oud van dagen
druk doende de tombola: BINGO!
in de gerenoveerde vooreeuwse stadswijk
verschuilt de middenmoot zich openlijk
maar er niet meer tussenin
gemiddeld zit aan de rand beentjesbengelend
de schraaprand van de grootstad
of dan toch maar in 't nieuwe land
waar wordt stad land, land stad
satelliet of planeet van de grote stad
zoals de eenzame maan van de aarde
waar we achtenzestig met z'n allen
kort amerikaans landden, liepen, sprongen
roger, over and out
maar nooit op goed geluk ertussendoor
altijd in pre-fab nieuw
levenslang hypotheekbelast, ik denk met u mee
op hyperventilerende schouders
van de aankomende softwaresukkel
het tekstverwerkende stadsleger
ziedaar de stedeloze stedeling
nog steeds met automobiel, zij het minder heilig
waarop veronicakoeien loeien
geen stad mee door te komen
dan wel verheven tot roestig ereblik
want het trekt zo makkelijk op, open
als opengebroken grachtenstraten
gordels van rioolsmaragd
ondanks meegeleverde Japanse autowasstraten
roestbevorderende droogtunnels
altijd genietende stedeling
zaterdagvoordeel van het buitenwijkgeluk
gewoon de buitenwijk, wat maakt het ook uit
stad is stad, wat maakt het ook uit
straten na straten, hier en daar een boom
hoofdstedelijk modernistisch maatschappijbesef
waar mag het in de wereld om gaan
uw huis is uw kasteel
of de muren bordkarton
of van traditioneel gemetseld vakmanschap zijn
uw stadsleven is een leegte
doch het platteland - hollandser kan het niet -
is als de echo van een holle ruimte
geef mij maar een pijpenla
douchetoilet omgebouwd tot bad
tuinstoelplatjes met uitzicht op hevige balkonrot
de middenmoot buitengewoon bezuinigingsmoe
armoede verheven tot de ligstand
wat fijn, dat we gemiddeld
allemaal zo handig zijn
pas bij de volgende minimaronde
worden zuurverziensten zwartgemaakt
verlaagde schrootjesplafonds dubbel aangeslagen
afgeroomd op het verhoogde toilet
van de bejaarde bovenbuurvrouw
met minnetjes goedendag op de trap
ach stratenmakers met gevoel voor lente
waarom liggen al die klinkers zo dwars
was honderd jaar eerder het gladde asfalt
in stedelijke zwang geraakt
hoeveel grootstedelijke grachten
drijvende middeleeuwse moerasvlotten
hadden het dan ongedempt overleefd
het dromerige lenteideaal van een wethouder
verkeer, vervoer, verziek
alles gladgestreken, herinnerd, herdacht
straatvernoemd als verkeersadercomponist
dwars door de wijken, ruime bochten nemend
gladjes langs kerken modulerend
parkeermeters tokkelend
stoplichten fijnstemmend
als voor de bouwvak de boel maar open licht
waar is het medeleven van de stadsmagistraat
plebs uit achterbuurten
weggerenoveerde opkamertjes, soutterains,
kelders, achterhuizen, beletages, trappenhuizen
de dagelijkse rompslomp van Jan Lul
struikelend over hondepoep van eigen fabrikaat
zelfs op voetgangersoversteekplaatsen niet te vermijden
waar halen ze het vandaar
tussen rood en groen
het snel verspringende oversteeklicht
is er in de stad nog iets gevaarlijkers denkbaar
dan breed witte strepen op zwart stadstapijt
stevent niet iedere voetganger
met angst voor lijf en leden
voor een nietsontziende bumperdreun
op de overkantstoeprand af
ongekuist maagdelijk mokum
de stad wordt vergruist met tunnels en bruggen
ondergrondse stadstram en toch nog openbaar
een geprivatiseerde openbaring
fleurig opgeschilderd van gemeentewege
overeindgehouden door steigerwerken
verpakt in glinsterend plastic
een uitgelezen expeditietocht per strip
langs gevels, randen, hoeken, bochten
vers voorverkapt
ach stadsbewoner op sensatie belust
wanneer reclameert u
wanneer wordt het tijd
van uw stad een dorp te maken
van uw dorp een stad
de uitvalswegen in de bloemen gezet
waakzaamheid vergroeit met de jaren
is de stad het eeuwig leven beschoren?
digitaal bestuurd, electrochip
onderwijl struikelen, strompelen, streven
wij stadsgenoten over meer siertegels
zestig bij zestig
eerstdaags zijn klinkers alleen nog maar
klankenschrift van straatmeubilair
uitgerangeerd als voormalige tramhuisjes
warm beklad stalen hart van de stad
nu fonkelnieuw doorschijnend
doorspekt van commercie
wie is de eenling in deze stad
surinamer, hindoestaan, ghanees, zuidamerikaan
turk, chinees, italiaan, marrokaan
de grens tussen allochtoon en autochtoon
is vervaagd tussen eeuwig stortende stadsmotregen
in welke aangepaste generatie dan ook
trams zoeven sissend voorbij
mijn onvoorwaardelijk driezoneabonnement
aangevuld met halfafgevreten strippenkaart
het is weer mijn nummer niet
het is nooit mijn nummer geweest
dankzij voorbijvliegende gemeentekunst
ge-institutionaliseerde graffitispuiters
maar nee, stel je voor
statistisch gezien is het geen stad
een zomerse voetgangersuitlaatklep
ge-uniformeerd flaneerpretpark
ach ja, dweilt u me maar, in duplo
over het uitgelezen stadstapijt
klinker voor klinker
uitrustend tegen stoepranden
gevels betastend
amsterdammertjes liefkozend
brugleuning op, brugleuning af
mijn stad, mijn schat
de stad; mijn schat
de lege uiteenspatting
van vergane gouden glorie
ik huur voor jou een waterfiets
nee, canalbike
ik drijf met jou
watertrappelend
ik vaar met jou
wateropspattend
ik fiets met jou
watertandend
door kromliggende waterwegen
waar ontwakend gemeentedreg
de ochtendspits bespiedt
en ik neem je
ongewild
onder een donkere brug
leunend over keizersgracht
nog net op tijd
voor de ochtendeditie
van de spetterende hoofdstad
de stad, de stad
we zijn de ratten van de stad
we lopen niet, we kruipen niet
we eten niet, we drinken niet
de stad, de stad
waar zijn de ratten van de stad
de stad, de stad
we zijn de ratten van de stad
we barsten niet, we buigen niet
we joelen niet, we juigen niet
de stad, de stad
wie zijn de ratten van de stad
de stad, de stad
we zijn de ratten van de stad
we lachen niet, we huilen niet
we voelen niet, we zien 't niet
de stad, de stad
we zijn de ratten van de stad
Appi Stammeshaus
De eerste versie van DE STAD werd geschreven rond 1980 en gepubliceerd in de zelf uitgegeven bundel "RECHTUIT, RECHTUIT". Het bevatte de teksten van een gedichten met muziek-project onder de titel "NO XQ's Teksten en Blazers".
Een bijgaand cassettebandje bevatte studio-opnamen van de NO XQ's groep. Een van de spaarzame live-uitvoeringen vond plaats op de Dam in Amsterdam als aanloop voor een van de laatste demonstraties tegen de bouw van de Stopera. Aan het einde van de demonstratieve tocht werden verschillende bouwmachines in de immense omheinde bouwput aan de Amstel vernield...
Een 'gereviseerde' versie van DE STAD werd (zelf) gepubliceerd in 1992, met als ondertitel "een stedelijke gedachtenstroom in xxx woorden". Als achtergrond van de woorden werd een kopie van de stadskaart afgedrukt, met in het midden van de bladzijde het Waterlooplein aan de Amstel, met het Stopera gebouw.
|