|
« Vorige |
Homepage
| Volgende »
Stil zijn…
10 oktober 2002
Zelf kan ik het maar moeilijk hebben als iedereen zwijgt om me heen. Mijn gedachten gaan snel, en er is steeds weer iets dat ik wil opmerken of mededelen.
Het valt me niet zwaar begrip op te brengen voor mensen die mij een beetje†veel†vinden af en toe. Want ik dacht tot voor kort echt dat het aan mij lag. Aan mijn voortdurende behoefte te doen, te verder te denken, te bespreken en te bewegen. Die gedachte blijkt nu meer en meer niet te kloppen. Een paar voorbeelden:
In de tram heerste vroeger stilte, slechts onderbroken door de geluiden van de remmen bij een halte en de stem van de bestuurder die de haltes afroept. En soms klinkt er een korte groet aan de bestuurder en ander reizigers, bij het in/of uitstappen. Mensen fluisteren hoogstens wel eens wat tegenelkaar, kinderen wordt gezegd stil te zijn, en als je eens hardop lol hebt, en lacht, kijkt iedereen je bestraffend aan.
Anno nu is het een rumoer van jewelste: GSM telefoontjes rinkelen, er staan en zitten mensen hardop te telefoneren, gesprekken van mens tot mens worden gevoerd in allerlei talen en nogal eens op roep-volume, en koptelefoons van walk-man’s staan zo hard te tetteren dat ze aan de omgeving een stevige ritmische ruis afgeven.
De stem die de haltes afroept is allang niet meer te verstaan.
Bij huwelijken op het stadhuis, voorheen gedragen en plechtige momenten klapt nu het hele gezelschap een paar keer, en een paar lachsalvo’s om gemaakte grappen of een gek voorval, zijn heel gewoon.
Gangen in ziekenhuizen waren nog niet zo lang geleden stiltegebieden. Daar hoorde je alleen de stevige, wat gehaaste voetstap van de verpleegster die van kamer naar kamer stiefelde En af en toe hoorde je een patientenbelletje rondecho-en in de leegte.
Tegenwoordig hollen er medebezoekende kinderen die het na 5 minuten aan een ziekbed wel gezien hebben, lopen er hele gezinnen, zo’n 10 personen, op weg naar of weg van een patiënt hardop te praten, soms te lachen of juist ongeveer te huilen, en zie je patiënten
In pyjama rondschuifelen op weg naar de rookkamer of het restaurant, voor een gezellig moment met anderen. Dat belletje hoor je allang niet meer.
Veel populaire restaurants zijn nu groot en ruim, en er staan zoveel tafeltjes dat je geen moment het gevoel meer hebt iets bijzonders mee te maken. Terwijl nog niet zo heel lang geleden “uit eten†toch echt geen gewoonte was.
Stil ontzag voor de omlijsting, de prestaties van de kok en respect voor de ander gasten maakte dat je hooguit op gedempte toon durfde te praten, uit vrees aandacht op jezelf en je gezelschap te vestigen.
Voetbalwedstrijden gaan niet meer over de prestaties in de wedstrijd de stand op de competitielijst of het fraaie spel. Het gaat bovenal over de hoeveelheid onrust die er omheen van komt. Relletjes, vandalisme, vechtpartijen op de tribune, politie en ME in de aanval.
Zelfs landelijk belangrijke begrafenissen en rouwplechtigheden blijken bij uitstek te worden gezien als momenten om je uit te leven in applaus, gejuich en gejoel, grote bergen bloemen en persoonlijke uitingen van medeleven. Waar men vroeger stilletjes, stemmig in grauw en grijs gekleed zwijgend toekeek lopen mensen nu met z’n honderden in de rij, pratend en lachend. De momenten waar het dan werkelijk om gaat, zijn maar kort. Erg kort.
Mensen kunnen kennelijk niet meer stil zijn. Willen dat ook helemaal niet meer, lijkt het.
Wat zou daarvan toch de oorzaak zijn?
Jeanne.
Jeanne
|
1 bericht/reactie | Schrijf zelf een bericht/reactie
E.S. te A. schrijft
Beste Jeanne,
Je hebt wel gelijk, maar alles is rumoeriger geworden in ons en om ons heen. Muziek, Televisie,Verkeer,Bouwen, Afbreken,Herrie,Aanslagen,Meningen,Woede,Angst,teveel om op te noemen.
Daarom ga ik vaak naar een museum omdat het daar over het algemeen rustig is, niet stil want we leven in deze tijd, maar een museum is toch een beetje als in een kerk zonder dienst maar wel met een godheid of godheden aan de wand of op de vloer.Een inspiratiebron ,voor mij althans, zoals vroeger-heel vroeger- de preek van de dominee of priester voor velen een Zondagse opkikker was. Je ging er vaak heen omdat het moest of omdat het zo hoorde of dat je het zelf wilde en je keek ook uit naar een bepaalde spreker, eentje die zich op de preekstoel over iets zo kon opwinden dat zijn aantekeningen op papiertjes over de vloer van de kerk dwarrelden, dan zaten de mensen op het puntje van hun bank en werd de collecteschaal goed gevuld.
Ach stilte is voor veel mensen een angstig begrip geworden waarbij je steeds achterom wilt kijken of er niet iets bedreigend is dat er eerst niet was.
Zo'n poosje stil voor je uit zitten staren dat vinden we beiden echt wel prettig, maar dan maar weer aan de slag(zoals dat heet).Nou ja.
Cogito ergo sum. Erich
05-03-2003 13:08 | Antwoorden
Laat hier een bericht of reactie achter
Bericht of reactie wordt op de website gepubliceerd.
Om te reageren per e-mail: stuur een bericht aan jeanne@stammeshaus.com